Uitgegleden: de jaren des onderscheids

Wat onvermijdelijk opvalt, is dat de jongere daklozen die we spraken een berg levenservaring hebben; opgedaan als eenling, aangewezen op zichzelf. Daarmee wijken ze principieel af van ‘de standaardjongere’, die thuis woont en op school zit. Teruggeworpen op zichzelf en hun eigen beslissingen krijgen ze niet de tijd voor de levensfase ‘het verstand komt met de jaren’. ‘De jaren des onderscheids’, die bij de meeste mensen de overgang naar volwassenheid markeert, verdringen de jeugdjaren. Mensen die er misschien jong uitzien, maar feitelijk heel zelfstandig en volwassen zijn.

‘Ik koos er zelf voor op straat te leven’. Een eenvoudig zinnetje waarmee een inmiddels 24-jarige, aangeeft dat hij al op tienerleeftijd het huis uitging omdat ‘het niet meer ging’. Of de jonge vrouw die op haar vijftiende vanwege gezinsproblemen het huis uitging. ‘In het begin was dat wel leuk – het was ook zomer. Maar het wordt snel stressvol: nooit weten waar je die nacht slaapt’. En ja, ze zijn dan overgeleverd aan de gevaren van de straat en hebben die ook ervaren.

Van beroving tot gewapende ruzies, en voor de jonge meisjes de beruchte ‘mannen waar je wel op de bank kan slapen, maar die dan plots meer willen’. Ook goed om te weten: de stad trekt aan jongeren. Decentraliseren en opvang in de eigen gemeente klinken mooi, maar zijn voor hen geen oplossing. Het leven en de toekomst bevinden zich in de stad. In de bij dit artikel horende podcast doen jongere daklozen in eigen woorden hun verhaal.

In deze serie artikelen en podcasts nemen we een kijkje in de wereld van de dak- en thuislozenzorg. De aandacht gaat vooral uit naar de spanning in het systeem; niet om zondebokken of schuldigen te vinden, maar om stil te staan bij de gevolgen van het denken en doen over dak- en thuisloosheid. Vandaar dat in deze artikelen námen niet worden gebruikt bij citaten, maar wel functieaanduidingen. Belangrijk om te weten, is dat het zoeken naar (botsende) belevingswerelden betekent dat béide een werkelijkheid vertegenwoordigen, maar ook dat ‘werkelijkheid’ niet synoniem is met ‘waar’. In deze serie gaat het niet om de vraag ‘wie gelijk heeft’.

Botsende realiteiten
Het is opvallend hoe onopvallend ze eigenlijk zijn. In één van de gesprekken komt voorbij dat ‘ik niet ben opgemaakt. Ik ga nóóit naar buiten zonder te zijn opgemaakt en er goed uit te zien’. En in de periode dat zij in Amsterdam woonde, waste ze haar lange haren in de toiletten om daarna ‘toevallig’ langs de Dyson promostand te lopen, waar men graag haar haar föhnde en borstelde om de kwaliteit van hun product aan iedereen te demonstreren.

Inmiddels koerst ze af op een standaardleven – met vaste vriend, in verwachting van een dochter, en met toekomst- en opleidingsplannen – en probeert ze die periode af te schudden. ‘Ik wil die persoon niet zijn. Heb het er ook uit mezelf niet over. Mensen moeten me nemen wie ik nú ben’. Maar ze ervaart ook hoe moeilijk het is ervaringen en herinneringen achter te laten, en het stigma ‘dakloos’ kwijt te raken.


Abonneer je op ‘Uitgegleden’ via Apple Podcasts, Spotify, Google Podcasts, Soundcloud of Stitcher en blijf op de hoogte van nieuwe afleveringen.

Veel mensen onderschatten jonge daklozen. Alsof ze niets kunnen. Alsof ze geen eigen mening en ideeën hebben. Dat is haast een mantra. Alle hulpverleners in de maatschappelijke opvang en jeugdzorg gaven dit aan. Dat is, populair gezegd, wel een dingetje. ‘Ik kan slecht tegen mensen die me vertellen hoe het moet. Ik ben geen klein kind. Heb meer meegemaakt dan een gemiddelde veertiger en weet wat ik wil’. Hier botsen realiteiten. Die van de jongere die weet wat ie wil en verwacht en instanties die menen te weten wat goed is voor hen. ‘Jongeren weten waar ze recht op hebben en waar ze dat kunnen halen’ is de ervaring van een hulpverlener. Dat gebeurt dus ook.

Vertrouwen, kennis en respect
Een andere reactie is zorgwekkend. Jongeren die zich niet serieus genomen voelen, haken af. ‘Soms ben ik het contact met één van mijn cliënten twee, drie weken kwijt en dan duiken ze plots weer op’. Daar moet je mee kunnen omgaan, met die toch nog steeds ‘jongerenmentaliteit’. Uit de gesprekken met de hulpverleners komt het beeld naar voren dat niet alle instituties dat kunnen, of willen. Feitelijk ontkennen zij op dat moment de positie van hun cliënt (terwijl dat op papier wél wordt gepropageerd). ‘Denk jij nou écht dat je die opleiding aankan?’ is geen toonbeeld van vertrouwen (in zowel cliënt als zijn hulpverleners) of van een stimulerende insteek. Het is in een eerder artikel aangestipt: dan werken instituties averechts, contraproductief.

Jongeren zijn een bijzondere categorie, gebaseerd op leeftijd. Dat mag een aanpak zijn die administratief klopt en ook gebruikt kan worden om grote groepen aan te duiden, maar individuele levenslopen zijn allemaal anders. Dat melden de jongere daklozen én de hulpverleners dan ook. De keiharde leeftijdsgrenzen van achttien en zevenentwintig waarop je uit het ene systeem valt en opnieuw moet beginnen in een ander. Alsof je van de ene op de andere dag bent veranderd.

Of de overdracht van de ene maatschappelijk werker bij De Binnenvest naar een andere, omdát je binnen de stad bent verhuisd naar een ander werkgebied. Cruciaal om te beseffen, is dat de relatie cliënt–hulpverlener een sociale is, gebaseerd op vertrouwen, kennis en respect. Zo’n relatie verbreken, is zonde en een nieuwe opbouwen tijdrovend. Ondoelmatig, dus.

Beroepshouding
Het zijn ervaringen als deze die minister Paul Blokhuis (VWS) er begin 2019 toe brachten zich de ambitie te stellen ‘alle dak- thuisloze jongeren een dak boven het hoofd’. Zeer ambitieus als je je realiseert dat de schatting is dat er tegen de 13.000 dakloze jongeren zijn. ‘In Leiden zijn het er 182’, schat de gemeenteambtenaar ‘maar daar zitten ook jongeren uit de regio bij’. Daarvan zijn er nu vier opgenomen in Blokhuis’ aanpak en wordt een vijfde gezocht. Het is een eerste stap, een pilot, een proef. Toch is het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019-2021 niet alleen een druppel op een gloeiende plaat. Belangrijker zijn de waarnemingen die zijn gedaan en die aansluiten bij wat dakloze jongeren zélf ervaren en bepleiten.

De Leidse coördinator somt in ons gesprek feitelijk een waslijst aan verbeterpunten op, die zij in de vier maanden dat zij de functie nu bekleedt, al opmerkte. Dat de aanpak niet om regeltoepassing draait, maar om (gedeelde!) visie: op jongeren, op oplossingen, op wegen daarnaartoe, dat één regie ook inhoudt dat iedereen zich daaraan conformeert. Dat er veel meer aandacht moet zijn voor de ‘waarom?’-vraag en dus afwegingen belangrijker worden. ‘Dat betekent overigens óók dat die manier van werken niet voor iedereen is weggelegd. In de uitvoering zijn er ook mensen die vragen om juist méér invulling’. Het Actieprogramma raakt op dat moment direct aan de beroepshouding: meer zelfstandige beslissingen die moeten kunnen worden gemotiveerd en niet of veel minder terugvallen op ‘de regel is…’. Dat moet je wel kunnen.

Onzichtbaar
Het is een beetje de vraag of Blokhuis die reikwijdte verwachtte toen hij dakloosheid onder jongeren de wereld uit wilde werken. Want het zijn niet zozeer de dakloze jongeren die focus blijken te zijn, maar de complexiteit en na-ijver in het systeem eromheen. Dat neemt niet weg dat ook die jongeren nog steeds een helpende hand nodig hebben.

Ogenschijnlijk lukt het jongere daklozen vrij redelijk te overleven. Ze hoppen van bank naar bank, maar zijn daardoor ook haast onzichtbaar. Dat één van de hulpverleners op straat werkt – outreachend zoals dat heet – is geen overbodige luxe. Hij, maar ook de straatpastor, is ogen en oren voor de maatschappelijke opvang. Voor een fors aantal daklozen zijn zij de wegwijzer naar De Binnenvest met z’n voorzieningen en hulpverlening. Want ‘ik voelde en vond mezelf geen dakloze’ en ‘geen idee wat de weg naar de hulpverlening was. Ik verzweeg ook altijd dat ik dakloos was. Ergens slapen was meestal als ‘O, ik kan niet meer thuiskomen vanavond. Dan blijf je toch hier slapen’ Tot ik op een dag een vriendin had met een afspraak bij De Binnenvest en ik meeging’. Onzichtbaar.

Kinderkamer
‘Huisvesting en schulden. Dat zijn de grootste problemen. Maar misschien zijn de schulden van die twee het belangrijkste’, zegt een maatschappelijk werker van De Binnenvest. Verwonderlijk is dat niet als je de verhalen terugleest. Tot op zekere hoogte valt huisvesting te ‘regelen’, zolang dat goed gaat. Maar geld is lastiger. Werk vinden is in deze tijd voor alle jongeren lastig, laat staan voor iemand zonder adres en vaak geen of een afgebroken opleiding. Overleven houdt dan automatisch lenen in, en dus de opbouw van schulden.

Het Actieprogramma gaat gepaard met een bijdrage uit het Kansfonds dat, in de pilotgemeenten, per dakloze jongere tienduizend euro beschikbaar stelt. Daarmee zal geen massale organisatieverandering op gang kunnen komen, maar kan wel een resterend deel van bijvoorbeeld (zorgverzekerings)schulden worden afgelost, een bijdrage in de jaarlijkse huurverhoging worden geleverd, een kinderkamer worden ingericht of een opleiding worden gefinancierd. Misschien geeft dat wat lucht en perspectief. ‘Maar als het probleem alleen geld zou zijn, had je geen regisseur nodig’, constateert de coördinator van het Actieprogramma fijntjes.

Verantwoording
Deze serie artikelen hoort bij een serie podcasts waarin we, meer dan in de artikelen, de daklozen zélf aan het woord laten. In de artikelen willen we het materiaal aanreiken om die geluiden in perspectief te plaatsen. Het project Uitgegleden is tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Leids Mediafonds. Niet onvermeld mag blijven, is de rol die Hans de Kinderen had om ons links en rechts te introduceren, en de rol van ambtenaren, hulpverleners en bestuurders die ons openhartig te woord stonden. Wil je reageren? Stuur dan een mail naar uitgegleden@sleutelstad.nl.

Voor dit artikel is gesproken met een aantal directe hulpverleners en met ambtenaren: Marien Karmaoi (maatschappelijk werker De Binnenvest), Femke Post (Straatpastor), Marieke Josten (jongerenhulpverlener bij Cardea), Bernard van der Meij (maatschappelijk werker bij De Binnenvest), Marga van Moorsel (Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren, gemeente Leiden).

Leestip
Voor wie is geïnteresseerd in meer achtergrondinformatie:

Leiden Maatschappij Regio Uitgegleden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon
071 - 5235907

Whatsapp
06 - 16811160

×