Randstedelijke rekenkamer: wacht met besluit RGL

6

De Provincie moet wachten met het besluit over de aanleg van de RijnGouwelijn tot alle financiële risico’s bekend zijn. De Randstedelijke Rekenkamer schrijft dat in een brief aan de Provinciale Staten. Dit is nodig omdat niet alle noodzakelijke financiële informatie beschikbaar is. Zolang niet bekend is wat beheer, onderhoud en exploitatie gaan kosten, kan de Provincie beter nog niet instemmen met de plannen, zeker nu ‘de omstandigheden inmiddels aanzienlijk zijn veranderd’. De Provincie beschikt wel over een raming van de exploitatiekosten, maar die dateert uit 2005.

De Randstedelijke Rekenkamer heeft onderzocht of de Provinciale Staten voldoende financiële informatie hebben om een besluit te nemen over de aanleg van de RGL tussen Gouda en Lammenschans. Niet alleen de investeringen, maar ook de kosten van beheer, onderhoud en exploitatie van de RGL moeten meegewogen worden in het besluit van de Provincie. Op dit moment is de bijdrage van de Provincie vastgesteld op € 134,7 miljoen. De Rekenkamer schrijft echter dat dit bedrag nog aanzienlijk kan wijzigen. ‘Afhankelijk van nog te maken beleidskeuzen, onzekerheidsmarges en het optreden van risico’s, kan de financiële bijdrage van de provincie nog dalen tot € 117,1 miljoen of oplopen tot maximaal € 211,7 miljoen.’

De Provincie moet zelf het beheer en onderhoud regelen voor het nieuw aan te leggen spoor. Ook de exploitatiekosten zullen indirect bij de Provincie terecht komen. Eventuele tegenvallers, zoals minder reizigers, worden dan verrekend in de aanbesteding of de dienstregeling wordt versoberd. De berekening van de exploitatielasten dateert van juni 2005. De Rekenkamer wil dat er een nieuwe berekening komt, omdat de omstandigheden zijn veranderd. Zo is de RGL pas in 2015 klaar in plaats van in 2011. Dat kan gevolgen hebben voor de reizigersaantallen. Ook is er bezuinigd bij de aanleg, wat invloed heeft op het onderhoud. Zo is de zettingsvrije plaat geschrapt, waardoor het spoor een kortere levensduur en hogere onderhoudskosten heeft.

De Rekenkamer schrijft dat het belangrijk is dat de Provinciale Staten bij hun besluit niet alleen de directe investeringen meewegen, maar ook de kosten op de langere termijn. ‘De kosten voor beheer, onderhoud en exploitatie zullen gedurende een lange periode jaarlijks terugkomen.’ Daarom wil de Rekenkamer dat het besluit over de aanleg van de RijnGouwelijn wordt uitgesteld tot er een nieuwe raming is van de exploitatiekosten, inclusief de kosten van beheer en onderhoud.

Delen

6 reacties

  1. Let op Eelco Brinkman. Hij zal al zijn invloed aanwenden om de bouwtoezeggingen op grond van de RGL van start te laten gaan. Vervolgens zijn er al zoveel onkosten gemaakt. Tja dan is stoppen ook duur… 

  2. Al die toezeggingen aan de bouwers zijn, zoals Eelco Brinkman ook goed hoort te weten, uiteraard slechts door onze bestuurders, de wethouders en en gedeputeerden, gedaan onder voorbehoud van het goedkeuren van hun besluiten door onze volksvertegenwoordigers in gemeenteraden en Provinciale Staten. Wij kiezers moeten toch aannemen dat deze laatsten de belangen rond deze projecten zo afwegen dat niet alleen de bouwers winst behalen. Het particuliere belang van winst voor de bouwsector gaat toch niet boven goed rentmeesterschap van provincies en gemeenten ? De staten zouden daarom dit rapport van de rekenkamer zeker zwaar mee moeten laten wegen.

  3. Harrie: ‘als je een huis koopt kijk je toch ook even wat het je jaarlijks gaat kosten…’

    … en dat doe je omdat de pot met geld waar je het allemaal van moet betalen eindig is. Onze weledelgeleerde bestuurders daarentegen eisen gewoon meer belastinggelden op van de burgerij. Probleem opgelost. Op naar het volgende project.

  4. petra hoogeveen op

      en weet je , er zijn dus Leienaars die dit al langer zeggen dan vandaag!!!!!!!

    Goede economen dus!

    Petra Hoogeveen

Over de auteur

Je bent nu offline